5 november Titusfeest

Overweging Sanny Bruijns o.carm., 5 november 2017,

Titus Brandsma Geloofsgemeenschap Amstelveen

 

 

Zusters en broeders in Christus,

Dit ene weten wij:

Het grootste gebod is de liefde en de liefde, die God is, is groter dan ons hart.

 

Aan dit ene houden wij ons vast in de duistere uren

Aan dit ene en dat is dat de liefde van onze hemelse Vader en Moeder, die ons helpt en draagt in tijden van nood.

Er is een woord dat eeuwiglijk zou duren

Er is een Woord, ons gegeven, God in ons midden

In den beginne was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God, en het woord is mensgeworden in Jezus de Christus en het wil mens worden in ieder van ons.

en wie het verstaat die is niet meer alleen.

Als we Gods Woord horen en verstaan, dan kan in ons het besef groeien dat we niet alleen zijn.

Het woord van God laat zich niet gevangen zetten, aldus Timotheüs in de eerste lezing.

Dat het woord zich niet gevangen laat zetten, daarvan getuigt ook het leven van Titus Brandsma en van vele anderen.

De journalist Titus Brandsma kwam op voor het vrije woord.
Vanuit zijn gevangeniscel in Scheveningen schrijft hij in zijn ‘laatste geschrift’:
onze liefde voor de vrijheid is groot, zeer groot.
En dan bedoelt hij niet alleen de letterlijke vrijheid, maar vooral de innerlijke vrijheid.

Het werd hem gegeven om innerlijk vrij te blijven in zijn cel in Scheveningen
en om gegrond te blijven in de liefde, die God is, ook in een crisis en in duistere tijden.
In de barakken in Amersfoort en Dachau werd het hem gegeven om te leven in verbondenheid met God en met de mensen om hem heen.

De karmeliet Titus ijverde net als de profeet Elia met vurige ijver voor de God der hemelse machten. Net als Elia kon hij zeggen: de Heer leeft, voor wiens aangezicht ik sta.

Titus zocht en vond Gods Aanwezigheid.

Ook in zijn duistere uren bleef hij sporen van God zoeken in het gelaat van zijn vijanden,

Van zijn kampbewakers. Tien jaar eerder, in 1932, sloot de rector magnificus prof. Titus Brandsma zijn diesrede over het Godsbegrip af met de bede: moge God in ons leve en door de daad uit ons tevoorschijn treden. In de jaren daarna verzorgde hij lezingen en schreef hij artikelen over karmelitaanse mystiek en hij gaf retraites aan verschillende groepen religieuzen en leken. Als je zijn teksten leest, dan leer je Titus kennen als iemand van wie gezegd kan worden:
            In Hem leefde hij, bewoog hij en was hij. God zo nabij en ver. God is er altijd.

Hij leefde in het besef van een liefde, die groter was dan hijzelf
Het was voor hem vanzelfsprekend, dat ook zijn vijanden leefden in die liefde en dat hij in God met hen verbonden was. Titus bad voor zijn vijanden, hij leefde vanuit het woord hem gegeven.


Voor ons is dat is onbegrijpelijk, met ons verstand kunnen we dit niet begrijpen,
maar misschien verstaan we het met ons hart en met ons geloof.

Geloven is gegrond zijn in de liefde, die God is.

As God groter is dan ons hart, dan kan zijn liefde ons helpen en dragen in onze duistere uren.

Onze geloofstraditie, onze geloofsgemeenschap en onze eigen levensverhalen leren ons geloven. Onze heiligen zijn mannen en vrouwen in wie de vereniging tot stand is gekomen.
Zij gaven en geven de gunnende liefde die zij ontvingen en ontvangen door aan hun naasten.

Zij inspireren ons en geven ons kracht om staande te blijven in moeilijke tijden.

Mijn eigen vader is in de oorlog opgepakt bij de Beverwijkse razzia en via Kamp Amersfoort in een werkkamp onder Leipzig terecht gekomen. Toen ik hem eens vroeg hoe hij heeft kunnen overleven, was zijn antwoord: door mijn geloof.

Dat geloof heeft hij naast heel veel liefde doorgegeven aan zijn kinderen.
Mijn vader kon blijven geloven in zijn duistere uren en zijn geloof is mijn geloof geworden.

Zo draagt ieder van ons zijn eigen geloofsverhaal in zich om en samen houden wij het geloofsverhaal levend, dat ons door hen die ons zijn voorgegaan, is doorgegeven.

Dit ene weten wij,
In Hem leven wij, bewegen wij en zijn wij en

Aan dit ene houden wij ons vast in de duistere uren,

wij zijn zonen en dochters van onze hemelse Vader en Moeder

 

en Er is een woord dat eeuwiglijk duurt,

moge dit woord elke dag opnieuw mens worden in ieder van ons

 

Als we dit Woord verstaan zijn we niet meer alleen,

dan is God in ons midden als onze Schepper, Goede Herder en trouwe geleider.

Amen.


In het donker van kamp Amersfoort en van Dachau herkenden zijn medegevangenen in hem een man Gods. Hij gaf hoop in de uitzichtloosheid. 

In de evangelielezing van het feest spoort Jezus ons aan tot belangeloze liefde en tot liefde tot de vijand. Deze vormen van liefde zijn allerminst vanzelfsprekend.

Liefde vraagt om offerbereidheid en om moed tot vergeven.

Jezus – gekruisigd en verrezen - is ons hierin voor gegaan.

Titus heeft Jezus daarin gevolgd; tot in de ziekenbarak van Dachau.

Titus is letterlijk tot niets teruggebracht.

Zijn naam is blijvende bron van inspiratie.

In de mens Titus mogen we Gods beeld zien oplichten.

Daarom is hij voor ons een heilige.