Vierluik Maarten Luther

Luther

 500 JAAR REFORMATIE

 

MAARTEN LUTHER

 

WIE WAS HIJ, WAT BRACHT HIJ TEWEEG ?

 

   


 

Maarten Luther was een pater die bezwaren had tegen het functioneren van zijn eigen katholieke kerk en …..

zijn verantwoordelijkheid nam.

 

 

‘VIERLUIK’ ROND MAARTEN LUTHER

 

Vier Woensdagavonden avonden in de periode tussen

half oktober en eind november

steeds op een woensdag om 20.00 uur

                          in de ontmoetingsruimte van de Titus Brandsmakerk.            

 

Avond 1:       Woensdag 18 oktober,

                        Hoe zag Europa er uit in de tijd van Luther ?

                       Inleider: Twan Geurts, theoloog en journalist.

 

Avond 2:       Woensdag 1 november,

                        Het gedachtengoed van Maarten Luther.

Inleider: Mw.Elsa Aarsen - Schiering , Luthers predikant en docent.

 

Avond 3:       Woensdag 15 november,

                        Reactie van de Rooms Katholieke kerk.

Inleider: Geert van Dartel, secretaris van de katholieke vereniging voor oecumene.

 

Avond 4:       Woensdag 29 november,    ‘Oecumene Vandaag’.

                       Inleiders: Pastores Renger Prent en Eugene Brussee.

 

 

 

 

-------------------

 

 

CATECHESE BIJEENKOMST 28 FEBRUARI 2017

Lezing door Tom Buitendijk O'Carm

 

                                           Criteria voor christen zijn                                                     

 

Toen de Commissie Levende Catechese mijn uitnodigde voor deze avond waren de thema’s van dit jaar nog niet helemaal duidelijk.

Bij mij is zo iets blijven hangen als : criteria voor het christen zijn.

hoe onderscheiden gelovigen zich van niet – gelovigen;

hoe onderscheiden zich gelovige mensen van mensen die christen zijn;

kun je christen zijn zonder een uitdrukkelijke verbondenheid met Christus en de Kerk?

Zijn er criteria aan te wijzen?

 

Nadenkend over dit thema kwam ik tot de ontdekking

dat ik mij behoorlijk vertild had aan dit onderwerp.

Je kunt niet een rijtje van vijf of tien of vijftien criteria opstellen en zeggen:

als je er zus of zo veel van kunt aankruisen mag je je christen noemen.

 

Op een dieper niveau bekeken: kun je ooit wel van iemand of van jezelf zeggen:

Dat is een christen! of : Ik ben een christen.

De Deense filosoof Kierkegaard zei van zichzelf:

“je kunt nooit zeggen dat je christen bent ; je bent altijd christen aan het worden; christen zijn is een keuze die je telkens bewust moet maken; alleen God kan in het uur van je dood zeggen: jij bent christen die aan trouw aan Jezus’ persoon en boodschap geleefd heeft.

Welke criteria God aan legt, weten we niet. Wel we mogen we geloven dat we kunnen rekenen op zijn barmhartigheid.

 

Misschien zou je de titel van deze avond moeten veranderen in:

aan welke stappen op iemands levensweg kun je vermoeden dat iemand op weg is christen te worden? of liever : welke stappen zet ik op mijn levensweg om christen te worden?

 

Als we deze gedachten even op de achtergrond houden kunnen we de vraag: waar moet je aan voldoen om christen te heten? eens bezien vanuit de pastorale praktijk.

In de pastorale praktijk worden we vaak voor moeilijkheden gesteld om mensen op de weg van Christus te zetten of iemand helpen christen te willen worden.

Er zijn twee momenten die eruit springen: doopsel en eerste communie.

 

Het doopsel

In de voorbede bidden we bijvoorbeeld dat de kleine Julian een blije en vrolijke christen mag worden.Maar je hebt het gesprek met zijn ouders nog vers in je geheugen staan.

“Of ik in God geloof weet ik niet, maar er zal heus wel iets zijn”, zegt hij .

Zij : “Ik ging altijd met oma mee naar het kapelletje om kaarsjes aan te steken bij Ons Lief Vrouwke. Ik geloof van binnen heus wel.”

Hij :“Ik heb nog nooit in de bijbel gelezen. Ik houd helemaal niet van lezen”.

Zij weer“ We hebben het hartstikke druk. We hebben echt geen tijd om ’s zondags naar de kerk te gaan.”

 

Lieve ouders, zeg ik dan, we dopen kinderen op grond van het geloof van jullie als ouders. Jullie geloof moet je in de je opvoeding aan de kinderen door geven.

Als u voorleest, kunt u uit de kinderbijbel voorlezen. Als u kerstmis viert, kunt u een stalletje neer zetten en het kerstverhaal vertellen. Als u gaat eten, kunt u een kindergebedje bidden. Sportieve ouders kunnen liefde voor sport op de kinderen overbrengen. Gelovige ouders kunnen het geloven aan hun kinderen aan leren. Maar dat kan pas als u uw eigen geloven voedt.

Na deze mooie woorden houdt het op. Je wéét dat de meeste ouders er weinig of niets van terecht kunnen brengen. Let wel: kunnen brengen. Meer dan onwil is het onvermogen. Zij zijn op het vlak van de godsdienst analfabeet gebleven. Vaak ook hun ouders – de grootouders - al.

 

Sommige pastores dopen de kinderen niet wanneer de ouders niet naar de kerk gaan; wanneer ze leven in een onregelmatige verbintenis; wanneer de ouders in gebreke zijn en blijven over de betekenis van het doopsel en over hun eigen motieven. Deze pastores geloven in een kleine en zuivere kerk van bewuste christenen die standvastig in deze wereld staan. is dit een legitieme keuze?

Ik doop de kinderen wel omdat ik erop vertrouw dat als de ouders om het doopsel vragen, er ergens een verlangen naar God schuilt en naar een leven naar Gods wil. Menselijkerwijze is zo’n doopsel tevergeefs en krijg je aan kaartenbak vol met naam -christenen die zich er niet van bewust zijn dat Gòd in relatie met hen leeft en dat de Geest van Jezus toegang zoekt tot hun hart. Misschien, misschien ooit komt het aan het licht dat “gedoopt zijn” je tot christen worden aanspoort. Het doopsel voltrekt zich ook van God uit. Wij weten niet hoe God welke wegen Gods genade gaat. God onderhoudt zijn relatie met de gedoopten.   Maar: is iemand die als gedoopte formeel katholiek is, nu ook een christen?

 

Eerste Communie

Een tweede moment is de Eerste Communie. Gedoopte kinderen mogen als ze een jaar of acht zijn mee doen met de Eucharistie. Dat doen ze op kinderlijke wijze. Maar is er kinderlijk geloof aanwezig? De praktijk is veelal dat de kinderen niets weten van God, van Jezus, kerkelijke feesten. De communie voorbereiding is voor de meesten de eerste kennismaking met geloof en kerk. Bij de presentatieviering van 19 communicanten in Oss heb ik het volgende preekje gehouden:  

Lieve Eerste Communicanten, beste ouders, op 23 april is het groot feest in de kerk en bij u thuis. Want deze mooie en lieve kinderen doen hun Eerste Communie.

Bij een feest hoort een taart.   Handige moeders en vaders bakken dan misschien wel een lekkere appeltaart.   Vindt iedereen lekker, makkelijk om te delen en met slagroom erop extra feestelijk.

Toen ongeveer zeven of acht jaar geleden uw zoon of dochter gedoopt werd hebt u ernstig beloofd uw kind als christen op te voeden. Dat wil zeggen:

iemand die het verhaal van Jezus’ leven kent,

de christelijke feesten viert,

de weg naar de kerk vindt

en thuis uit de Kinderbijbel leest.

Een kind vandaag een christelijke opvoeding geven is duizend maal moeilijker dan toen mijn vader en moeder beloofden dat te doen. Maar eerlijk zijn: beloofd is beloofd. U staat als ouders voor een moeilijke opgave.

 

Ik vroeg aan een jonge vader: bent u katholiek? Hij zei: “ik ben gedoopt, heb mijn eerste communie gedaan en toen ik twaalf was, was er een viering met een bisschop of zo”. De vraag is dan : ben je echt wel christen als je op deze drie lijstjes voor komt.

Denk aan de appeltaart: je zet op de keukentafel een kilo appels, een pak zelfrijzend bakmeel, twee pakjes boter en een snufje zout.   Dan ga je zitten kijken wanneer de appeltaart klaar is. Nooit natuurlijk!

Als jij de appels niet schilt, boter en meel niet vermengt, geen mooie met eigeel besmeerde randjes maakt, als jij dat allemaal niet doet, dan heb je alles in huis voor een appeltaart die nooit af komt.

Als U uw kind laat dopen, een kinderbijbel koopt maar er niet uit voorleest, als u uw kinderen niet leert bidden en danken voor het eten , als u wel Kerstmis en Pasen viert maar het verhaal niet vertelt, als u uw kind de Communie laat doen maar zelf nauwelijks of nooit naar de kerk gaat, dan bakt u toch nooit een blije en vrolijke christenkind.

Ik eindige met een oproep tot gezinscatechese. Deze uitnodiging tot, gezinscatechese is een zoveelste poging van de kant van de kerk om mensen op het spoor te zetten om christen te worden. De bisschoppen bevelen het aan maar zeggen niet hoe het kan.

 

Heel veel katholieken beschrijven hun geloof als : ik ben gedoopt, ik heb eerste communie gedaan, eventueel nog: ik ben gevormd; steeds zeldzamer: wij zijn voor de kerk getrouwd. Zijn ze nu ook christen? Of is daar meer voor nodig?

Voordat we op dat “er is meer nodig ‘ verder gaan, moeten we toch in de gaten houden dat God ook werkzaam is in mensen die zeggen niet of niet meer te geloven. Ouders die het betreuren dat kinderen na een gelovig opvoeding niet meer naar de kerk gaan schrijven hun kinderen wel een christelijke gedrag toe.

“Onze kinderen zijn heel sociaal. Ze gaan wel niet naar de kerk, maar ze doen veel vrijwilligerswerk. Onze kinderen staan altijd klaar om te helpen. Wij hebben echt goede kinderen. Onze kinderen doen dat wat Jezus ons in de kerk voor houdt. Misschien is dat dan toch resultaat van onze opvoeding?” , zeggen ze hoopvol. Ook al zijn kinderen van God los, dan wil dat nog niet zeggen dat God zijn uitgestoken hand terugtrekt.

 

Ondertussen hebben we al enige dingen gehoord die op criteria lijken om christen te worden: kennis van de bijbel ; - bewuste keuze maken ; - iets weten van de leer ; - het vieren van de kerkelijke feesten; - het mee beleven van de sacramenten ; een gedrag in de geest van Jezus; de persoon van Jezus ; - het behoren tot en verbonden weten met de kerk.

Al die losse elementen horen op een of andere manier bijeen en hebben samenhang. Leer en leven hangen samen. Vieren en ervaren horen ook bij elkaar.

 

In de godsdienstwetenschap zegt men dat iedere godsdienst vier elementen heeft:

dogmatiek en catechese;

moraal en gewetensontwikkeling;

liturgie en sacramenten ;

spiritualiteit en gebed.

Deze indeling komt overeen met vier belangrijke eigenschappen van de mens:

kennen - gedragen - vieren en ervaren.

 

Alle vier de eigenschappen maken ons tot een godsdienstig mens. Maar ook dan nog ben je geen christen. Het religieuze heeft immers nog geen christelijke vorm.

Er zijn ideeën dat iedere mens van nature religieus is . Volgens Rahner , een katholiek theoloog, is iedere mens open voor Gods Openbaring in Christus.

Hij beweert: de ziel is van nature aangelegd op het christen - zijn.

Je zou kunnen zeggen; het algemeen religieuze gevoel dat niet nader gepreciseerd wordt, is een voorstadium van christen-zijn, maar is het zelf nog niet.

Volgens sommige theologen zijn de meeste gedoopte mensen nog maar net doopleerlingen of catechumenen.

In de pastorale praktijk ben je blij als doopouders zeggen dat ze wel in IETS hogers geloven. Dat IETS mag je dan in de viering van het doopsel ook nog wel God noemen. Na de viering is het weer : “er moet wel IETS zijn om in te geloven”.

 

Als we nou een kijken naar de vier elementen.

 

Bijbel , kerkelijke leer = dogmatiek en catechese

 

In de evangelie verhalen komen we het volgende tegen:

  • Jezus roept uit de groep leerlingen die hem omringen twaalf apostelen; zijn volgen hem op zijn tocht vanuit Galilea naar Jeruzalem; zij ontvluchten de gemeenschap bij Jezus in zijn stervensuur; zij blijven samen komen en worden vergeven ; met Pinksteren worden zij uitgezonden ;zij blijven gemeenschap gekenmerkt door zijn naam Jezus die ze als de Christus belijden In Antiochië worden ze voor het eerst christen genoemd.Er is sprake van gemeenschap, waartoe je je bekent. Christen ben je nooit op je eentje.

    Dus: “ik geloof op mijn eigen manier” als een privé geloof kan in strike zin dus niet.   Gemeenschap in Jezus’ Naam is wezenlijk.

  • Jezus geneest een blinde en die volgt hem terstond op zijn tocht. Geloven is na volgen. Jezus achterna gaan op zijn weg, ook al zal dat een kruisweg zijn.

  • Het doopbevel in Mattheus luidt: “Gaat dus en maakt alle volkeren tot mijn leerlingen en doopt hen in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest en leert hun te onderhouden alles wat Ik u bevolen heb. Ziet, Ik ben met u alle dagen tot aan de voleinding der wereld.”

Let op de volgorde: maak ze tot leerlingen ; doopt hen dan; leert hen de geboden.

  • De kamerdienaar uit Ethiopië die op terugeis is naar zijn land leest de profeet Jesaja. Filippus legt hem uit dat de Schrift ( het Eerste Testament ) over Jezus gaat. De kamerdienaar zeg dan: “;zie daar is het water. Wat is erop tegen als ik gedoopt wordt.”. “Als u van gander harte gelooft, dan doop ik je”.

  • Paulus benadrukt in al zijn brieven dat wij ‘in Christus’ zijn. Enerzijds betekent dat wij door geheel en al door de Geest van Christus bezield worden. Anderzijds is het ‘in Christus’ zijn ook een toebehoren aan het Lichaam van Christus. De kerk is een organisatie die van binnen uit door Gods Geest bezield is. Een eenheid van Lichaam en ziel. De kerk is een belichaamde persoonlijkheid. ( Dat is weer iets anders dan dat de kerk een instituut is. Instituut als gestolde en binnen perken gehouden beweging )

 

Een criterium van christen worden is : een band aan gaan met de persoon van Jezus en met de gemeenschap rond Hem verzameld die wil leven in Zijn Geest.

 

Kerkelijke leer: symbolum.

 

Een wezenlijk onderdeel van christen worden is het belijden van je geloof in de traditie die je aangereikt krijgt. Actuele geloofsbelijdenissen zijn zekere zin contradicties. De traditie van de geloofsbelijdenis is een langdurige worsteling om het verhaal van God en mens zoals dat in de bijbel tot ons komt samen te vatten. De geloofsbelijdenis is een ingedikte en verkorte weergave van de Schrift.

 

Kern van de geloofsbelijdenis is dat wij in de historische mens Jezus God ontmoeten. Om het met Kierkgaard te zeggen : Geloof jij dat de zoon van timmerman God is ?

 

De geloofsbelijdenis is niet alleen een samenvatting van het geloof ; het is ook een herkenningspunt. Je ziet als in een spiegel je zelf als gelovige als je gelooft wat je met de mond belijdt. We kunnen elkaar ook herkennen. “Als in Lourdes met tienduizendmensen het derde Credo gezongen wordt, dan voel je je pas echt katholiek”, zei een bedevaartganger.

 

Als je in de traditie van de geloofsbelijdenis wilt gaan staan moet je er wel eerst in groeien. Er is uitleg nodig om de oude woorden te betrekken op het gewone leven van alledag. Daarin gebruiken we een heleboel woorden van de geloofsbelijdenis niet.   Woorden als hemelvaart en vergeving van zonden zijn niet erg courant en staan niet in de krant. Woorden als God, vergeving, zonde, hemel wijzen niet naar voor iedereen waarneembare en objectieve werkelijkheden. Zij zijn woorden achter een werkelijkheid. Zij geven aan de wereld van alledag een verdiepte kwaliteit.

 

De eerste taal is de taal waarin je dingen kunt aanwijzen. De tweede taal is de taal waarin de diepte en reikwijdte wordt aangeduid. De taal van de poëzie, van de verbeelding, van de gelovige duiding. De waarheid van deze woorden van de tweede taal worden bewerkt doordat mensen er gestalte aan geven. Geloof in God wordt waar als God bron van mijn leven wordt. Zonde wordt waar als ik mij zozeer schaam over mijn daden dat ik ze vanuit het duister aan het licht wil brengen om vergeving te ontvangen. Vergeving wordt waar als we voor elkaar nieuwe wegen ten leven openen.

 

Geloofsbelijdenis is niet zeggen: ik geloof dat God bestaat; dat Jezus geleefd heeft ; dat de geest van Vader en Zoon nog in mij door werkt. Geloofsbelijdenis is beamen dat ik zò wil leven dat God steeds meer bron van mijn leven wordt; dat het leven van Jezus steeds meer model van mijn leven wordt; dat de Geest mij meer en meer bezielt en in mij woont; dat ik gedoopt en gezalfd in mijn lichamelijk bestaan tempel van de Heilige Geest is .

 

Een criterium van christen worden is de geloofsbelijdenis in deze wereld beleven als een steeds diepere ontmoeting met God die wij ontmoeten in Jezus doordat de Geest een bezielende kracht is.

 

Moraal en gewetensvorming

 

Van het kennen zijn wij zo over gegaan op gedragen. Wat we kennen wordt in het belijden waar als wijze van leven. We leven uit God naar God toe.

Ons geloven is niet allen orthodoxie ; het is ook orthopraxie .

Voor veel mensen in de orthopraxie – het juiste doen – al een vorm van christen-zijn.

“Onze kinderen gaan dan wel niet naar de kerk, maar het zijn weel goede mensen. Ze zijn heel sociaal”.

Het is ontegenzeggelijk waar dat heel veel christelijke waarden in het burgerlijke gedrag zijn opgenomen en er een soort algemene christelijke beschaving is gaan ontstaan. Maar pas op! : als gedrag te ver los komt te staan van de leer, dan worden ook geloofswoorden ook misbruikt.

Is het bijv. barmhartig om stervenshulpbegeleiders op te leiden in plaats van levensbegeleiders? Wordt het woord barmhartigheid niet volkomen verkeerd gebruikt. De leer wordt alleen maar waar in ons gedrag, maar ons gedrag vraagt wel om toetsing vanuit de leer.

 

Spanning tussen leer en leven is er altijd geweest. Te sterke nadruk op de leer heeft veel mensen van het geloven vervreemdt; een gedrag dat alleen maar uitgaat van léven zoals het mij goed dunkt kan weleens uitgroeien tot een levensstijl waarin alleen dat goed genoemd wordt dat overeenkomt met mijn belangen.

 

In de Bergrede – de catechismus van christelijk gedrag - kent Jezus de spanning tussen de Wet en de uitleg ervan door Schriftgeleerden én het leven van gewone mensen die naar liefde, gerechtigheid en vrede verlangen. Jezus stelt deze randfiguren in het centrum van een geradicaliseerde beleving van de Wet.

God heeft voorkeur voor de kleinen en kwetsbaren. Niet vrome zelfgenoegzaamheid maar bescheidend dienstbaarheid is de kern van christelijk gedrag.

Deze geradicaliseerde trouw aan de Wet vraagt méér dan het gewone.

Liefde tot de vijand; niet terugvragen wat je hebt uitgeleend; de andere wang toekeren; betrouwbaar zijn in je ja –woord; je belofte houden als het nadelig voor je is; de ander hoger achten dan jezelf ; het algemeen belang primair stellen boven groepsbelang ; je zelf worden door anderen van dienst te zijn: is dat alles een naïeve utopie of een programma dat gerealiseerd kan worden?

 

Heiligen zijn mensen die God laten doorschijnen in hun leven. Zij hebben naar God toegeleefd. Zij hebben hun gedrag getoetst aan de vraag : ben ik voor de ander zo goed als God? Ben ik volmaakt zoals de hemelse vader volmaakt is? ben ik in mijn doen en laten de mens zoals God mij gezien heeft toen Hij mij in gedachten nam?

De gedachtenis van de heiligen is een bron van inspiratie hoe te leven in Jezus ‘ Geest. Heiligenlevens lezen is wellicht ouderwets. Heiligenlevens zien in film is modern: Des Hommes et des dieux , Great silence, Titus Brandsma etc.

 

Omgekeerd: als iemand van ketterij werd beschuldigd – dus een tekort in de geloofsleer of een overdrijving in de geloofsleer - , dan kon hij alleen maar veroordeeld worden als er ook een slechte praktijk uit volgde. Maarten Luther werd zwart gemaakt door de kerk om hem te kunnen veroordelen. Sommigen willen hem nu weer heilig verklaren in het Lutherjaar 2017.

 

Gewetensonderzoek was vroeger een belangrijke toets om je gedrag onder ogen te zien. Misschien is het “in je binnenste kijken voor het slapen gaan of ik geen mens heb pijn gedaan “ ( Alice Nahon ) ook nu nog actueel en haalbaar.

( In het klooster zei men als het tijd was voor het gewetensonderzoek in het avondgebed: we denken na over het geweten van de ander. Dat was natuurlijk een grapje. Maar de gelijkenis van balk en de splinter heeft Jezus niet voor niets verteld. )

 

Criterium van christen worden is een gedrag aankweken waarin je Gods wil wilt laten geschieden , ook al vraagt dit meer van je dan wat menselijk redelijk en invoelbaar is.

 

Liturgie en sacrament.

 

Het beleven van je geloof en het erkennen van waardensystemen en gedragsregels is nooit een privézaak. Het is een zaak van de gemeenschap waarin geboren bent, waaraan je tijdens je leven bewust deelneemt en die je doorgeeft aan komende generaties. Het samenkomen is wezenlijk om het christen – worden te voeden en te beoefenen. In de liturgie en in de viering van de sacramenten oefenen we reeds wat we worden zullen.

Het doopsel maakt ons tot burgers van het komende Koninkrijk.

Ook al leven we in de wereld; wij zijn niet van de wereld.

In de Eucharistie vieren we de maaltijd rond de Verrezen Christus en proeven we reeds wat voor ons ligt: het hemels gastmaal.

Voorlopig moeten we nog leren onze medemensen als onze zusters en broeders te zien met wij alles delen en aan wie wij alles gunnen, meer dan aan ons zelf.

In het huwelijk vieren wij dat aan vrouw en man de schepping is toevertrouwd om haar te vernieuwen en jong te houden door arbeid, door kinderen, door geluk en liefde te delen.

Meer dan ooit is het huwelijk een fan club geworden van twee personen die het liefst alleen maar in eigen behoeften aan welzijn voorzien. Dat het huwelijk een bijdrage is aan de samenleving als geheel wordt vergeten. Vrouw en man hebben een scheppingsopdracht!

In het Vormsel ontvangen we de kracht van de H. Geest om zelfstandig van ons geloof te getuigen en om op zijn Bijstand te rekenen in tijden van vervolging.

Vaak schamen we ons ons tot Christus en zijn kerk te bekennen en verontschuldigen we ons dat we ‘nog’ gelovigen tegen hen die het geloof zien als mensen die nog niet zo ver zijn dat ze het ook zonder kunnen. Wereldwijd worden de christenen het meest vervolgd ; in zogenaamde beschaafde landen word je als christengelovige dood gelachen.

In de biecht ontvangen we vergeving van zonden. Van onze misstappen waarop we doodlopende wegen gingen. In de samenleving klinkt “lik op stuk”’ , “zwaarder straffen” ,”nooit meer een kans geven” steeds luider. Vergeving en verzoening als grond woorden van christen-worden, worden in het publieke domein nauwelijks meer gehoord.

In de ziekenzalving vertrouwen ons leven aan God toe. Meer dan van ons is ons leven van Hem. Er is een wet in de maak waarin zelfdoding met hulp van stervenshulpbegeleiders wordt mogelijk gemaakt. Zelfbeschikking , autonomie, voltooid leven zijn grondwoorden voor een cultuur waarin het ikke de maat van alle dingen is.

In het priesterschap bieden mensen zich aan om met heel hun leven en zijn de verkondiging van het evangelie en de bediening van de sacramenten te voltrekken. Zij staan garant voor de continuïteit.

Ook al vormen we als geloofsgemeenschap een koninklijk, priesterlijk en profetisch volk, toch zijn niet allen ambtshalve koning, priester en profeet. Amtshalve betekent geroepen en uitgenodigd zijn tot de dienst aan het in stand houden en doen voortbestaan van de kerk als Lichaam van Christus in deze wereld.

 

Sacramenten zijn verdichtingen en verdiepingen van de werkelijkheid op het niveau van het heilige, gebaren en woorden die God present stellen.

 

Zonder die uitgetilde werkelijkheden te vieren en te beleven wordt de kerk een actieclub van goede bedoelende mensen. We zijn dan niet meer aangesloten op de wezenlijke werkelijkheid die afkomstig is uit Gods scheppende hand. Christen-zijn wordt lief zijn voor elkaar zoals het mij uitkomt en ik er zin in heb.

 

De bron van alle sacramenten is Christus de Verrezen Heer . Hij is het oersacrament waaraan alle sacramenten kracht ontlenen. In zekere zin is Hij de Bedienaar van alle sacramenten. Op een ervaarbare wijze willen wij ons met Hem verbonden weten.

 

Criterium van christen worden is in woorden en gebaren – sacramenten – ons verbonden weten met Christus en die band als christen gelovigen vieren, voeden en versterken in liturgische samenkomsten.

 

Spiritualiteit en gebed.

 

Hoe zeer het waar is dat mensen die christen willen worden gemeenschapsmensen zijn, toch moet aan dat willen een persoonlijke ervaring ten grondslag liggen die ons tot deze keuze brengt.

De betrokkenheid van mensen op een uiteindelijke werkelijkheid die we God noemen, kan een natuurlijk verlangen ( desiderium naturale ) zijn, maar zal toch altijd beaamd moet worden in een ‘ja, ik wil ‘ van een mens zijn die open staat voor het goddelijke en die uit staat naar een werkelijkheid die niet te vatten is.

Spiritualiteit is een rijk woord dat nu veel gebruikt wordt. De kern van iedere spiritualiteit is het gebed: het geschikt maken van je hart om God te ontvangen en zijn wil te doen. “Mij geschiede naar uw woord “, zei Maria.

 

Spiritualiteit is

het doordenken en op eigen leven toepassen van de van de geloofsbelijdenis ;

het beleven van de waarden die uit het geloof voorkomen in net geleefde leven van alledag;

de bereidheid je dagelijks bestaan door geloof en leven in Jezus ‘geest te laten vormen en dat gezamenlijk te vieren in de sacramenten.
 

 

Samenvattend:

Kennen – gedragen – vieren en ervaren zijn kernen van ons mens zijn die ons door dienst aan Christus en zijn kerk tot God brengen die ons tot nieuwe mensen maakt.

Hier en nu en eens in zijn voltooiing van ons leven.

 

of nog anders: christenen worden gekenmerkt door :

               in de mens Jezus God te zien;

               de bereidheid God te ontmoeten in medemensen;

               de vreugde hierom samen te vieren als verdiept of verhoogd dagelijks leven;

               het verlangen de betrokkenheid op God te verstevigen.

 

Of wij christen zijn hangt van God af;

of wij het worden, daar kunnen we zelf iets aan doen.

We kunnen wel in elkaar herkennen dat we op weg zijn;

we kunnen van een ander niet zeggen dat hij niet op weg is.

We weten niet langs welke wegen God roept.

Er zijn zoveel wegen naar God als er mensen zijn. Paus Benedictus XVI

 

Oss, 28 februari 2017

 

 

                          -------------------------

 

                                 CATECHESE

 

Catechese is het wederzijdsheid verdiepen op basis van geloofscommunicatie.

Bij het catechetisch werkveld zijn betrokken alle groepen in de parochie, die als doel hebben elkaar te doen groeien in een gelovige levenshouding en in verbreding en verdieping van geloofskennis.

Gespreksgroep Rond het evangelie

In de bijeenkomst ‘Rond het Evangelie’ proberen de deelnemers de evangelielezing van de komende zondag te begrijpen. Vervolgens wordt er gekeken wat de boodschap van deze tekst bij ons persoonlijk oproept. Het karakter van deze bijeenkomst is daardoor zowel kennisvergroting als verdieping. De bijeenkomsten zijn op dinsdagmorgen van 10.00 tot 11.30 uur om de veertien dagen.

Gespreksgroep Ouderen rond de Schrift

Op de vierde woensdag van de maand lezen ouderen op bovenbeschreven wijze de evangelielezing van de komende zondag. Deze bijeenkomsten zijn van 10.00 tot 11.30 uur.

Catechesevoorbereiding op de Eerste Communie en het H. Vormsel

De voorbereiding op het ontvangen van sacramenten wordt in overleg en samenwerking met de ouders gedaan door de pastor.

Raakpunt, Centrum van Spiritualiteit vanuit de Karmel

Raakpunt is een Centrum van Spiritualiteit van de Karmelieten in Amstelveen dat (onder meer) in overleg met de parochie jaarlijks een boeiend programma biedt aan bezinnings– en verdiepingsonderwerpen. Raakpunt is een initiatief van de Karmel in Amstelveen. De programma’s van Raakpunt worden jaarlijks in een apart boekje bekend gemaakt. Daar-in kunt u ook verdere gegevens vinden.

Samen met de oecumene

  • Oecumenische bijbelkring
    De Bijbel is een bron van gelovig leven voor parochianen en gemeenteleden. Het samen lezen van de bijbel is een verrijkende ervaring. Iedere vierde woensdagavond van de maanden september tot en met mei komen de deelnemers samen van 20.30 tot 22.00 uur.
  • Meditatieve teksten
    Gebedsteksten, liederen, mystieke teksten, religieuze gedichten uit verleden en heden kunnen een belangrijke inspiratiebron zijn. Op enkele donderdagen van oktober tot april komen deelnemers van 20.00 tot 21.30 uur samen voor tekstlezing in de Ontmoetingsruimte van de Titus Brandsmakerk.