Allerzielen, 2 nov. 2025

Jesaja, 25, 6a.7-9; Openbaring 21, 1-5a.6b-7; Lucas, 23, 44-46.50.52-53; 24, 1-6a

Allerzielen. Deze dag doet ons opnieuw stilstaan bij het verlies van onze dierbaren in het afgelopen jaar. We zijn ons vandaag extra bewust van onze band die met hem of haar is gebleven over de grens van de dood heen. Misschien hebben we in de manier van het afscheid nemen iets kunnen proeven van de betekenis die zijn of haar leven voor ons had.

Een mensenleven is vaak in een zekere geheimenis gehuld. Zo is het ook met de dood. Waar zeker weten ontbreekt, doen we het met beelden. Zo wordt de dood wel verbeeld als een poort waardoor we binnengaan naar een andere werkelijkheid. Een wereld waar geen verdriet meer is, waar alle tranen zijn afgewist. Een wereld ook waarin sprake is van een groot gastmaal. De Heer zelf zal ons hier ontvangen en Hij zal de sluier verscheuren die ons hier op aarde bedekt en het zicht ontneemt, zo zegt Jesaja.

En het boek Openbaring spreekt over een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Wederom een visioen om een heel nieuwe situatie te verbeelden waarin God onder ons mensen woont, reeds hier op aarde, maar ook over de grens van de dood heen. God als alfa en omega, de oorsprong en het einddoel van ons leven. God met ons zal Hij zijn, en hierin worden dood en rouw overwonnen.

Mysterievolle beelden en misschien vinden we het juist vandaag moeilijk om ze te verstaan. Zo kan dat ook zijn met het verhaal over de dood en verrijzenis van onze Heer zelf, dat we net hoorden in het evangelie. Zoekt de levende niet bij de doden, zei de engel. Met andere woorden: blijf niet staan bij het lege graf, maar ga terug naar het gewone leven en maak ook in jouw eigen leven de verrijzenis waar. Elke dag opnieuw biedt een kans om op te staan en de dood in het leven te overwinnen.

Je hoort wel eens: het enige wat je kunt meenemen als je dood gaat is de liefde die je achterlaat. In de liefde die je hebt gegeven zul je herinnerd worden. Dat is jouw geestelijke schat. Moge de dierbare die u dit jaar hebt verloren in u verder leven. Moge de herinneringen aan hem of haar u blijvend troosten en inspireren. En moge hij of zij voorgoed gelukkig zijn in de liefde van God.

We houden ons vast aan het mooie beeld dat onze namen geschreven staan in de palm van Gods hand. Ik behoor Hem toe. Ik mag mij kostbaar weten in Zijn ogen. En we geloven: iemand doorstrepen zal God niet. God zal ons niet vergeten, ook niet over de grens van de dood heen. Daar is zijn liefde eenvoudig te groot voor. Hij zal zijn eigen scheppingswerk niet verloren laten gaan. Wij mogen erop vertrouwen dat Hij in de hemelse stad Jeruzalem naar ons zal uitzien.

God heeft Jezus opgewekt uit de dood. De brandende Paaskaars is daar een teken van. Zo zal God allen opwekken die in de geest van Jezus geleefd hebben. We noemen straks de namen van onze dierbare overledenen van het afgelopen jaar en ontsteken een lichtje aan de Paaskaars, licht van Christus dat alle donker overwint. Amen.