Kerstavond 2025 in TB

Jesaja 9, 1-3.5-6; Titus 2, 11-14; Lucas 2, 1-14

Met welke verwachtingen bent u naar deze kerstviering gekomen? Misschien komt u hier regelmatig in de kerk en is kerstmis een vanzelfsprekend hoogtepunt in het jaar. Voor anderen is kerstmis wellicht nog het enige moment in het jaar dat u een voet over deze drempel zet, in de hoop nog iets te kunnen terugvinden van wat u vroeger dierbaar was.

Wat hoopt u vannacht te vinden? Zal het meer zijn dan wat oude nostalgie? Zal er vannacht nog een boodschap te horen zijn die uw hart (opnieuw) kan verwarmen? Kerstmis heeft iets te maken met incarnatie, de menswording van God. Maar wat moet ik me daarbij voorstellen? Wat betekent het dat God mens wordt in zijn Zoon en dat ook ik wordt uitgenodigd God geboren te laten worden in mijn leven? Wat voor God is dat dan? Kan ik in die God nog geloven en heeft de Zoon die Hij gezonden heeft werkelijk een oplossing voor mijn problemen? Hoe kan Hij voor mij een Redder zijn?

Uit de lezingen die we zojuist hoorden wil ik twee antwoorden centraal stellen. Ten eerste: het is niet zo vreemd en ook niet zo erg dat we soms moeite hebben in Gods aanwezigheid te geloven. Veel belangrijker is de overtuiging die we vannacht van de engelen horen: God gelooft in ons! Wij mogen ons geliefde kinderen weten en vrede ervaren in ons leven. Ten tweede: God is heel anders dan wij vaak verwachten. We moeten al onze godsbeelden op de schroothoop gooien en opnieuw leren kijken. Laten we de verhalen van Lucas en Jesaja eens wat beter beluisteren om te zien in welke gestalte God ons in deze nacht tegemoet treedt.

Veel mensen hebben moeite met een God die zo vele rampen en oorlogen in de wereld toelaat. Eigenlijk willen we stiekem een God die ons hiertegen beschermt, een machtige hand die al het kwaad tegenhoudt. En we zijn niet in slecht gezelschap: nog kort geleden konden we hier horen dat ook Johannes de Doper dergelijke verwachtingen had van Jezus, namelijk dat Hij het kwaad met harde hand zou aanpakken. Maar Jezus was anders. Hij liet aan Johannes weten dat - in zijn aanwezigheid - gewonde mensen tot genezing kwamen en weer volop konden gaan leven. Blinden konden weer zien, doven konden weer horen, lammen konden weer lopen. Johannes moest zijn beeld van de Messias bijstellen. Dat geldt misschien ook voor ons beeld van God.

Het geboorteverhaal van Lucas vertelt dat Gods Zoon niet als een machtige koning ter wereld kwam. Integendeel, Hij werd geboren in een stal, in de herberg was geen plaats voor Hem. Zijn ouders waren heel eenvoudige mensen, die woonden in een onbetekenende provincie van het Romeinse rijk. Eigenlijk had niemand in de gaten dat hier iets bijzonders gebeurde. Ja toch, er waren wat herders uit de streek die meenden engelenzang te hebben gehoord. Eenvoudige mensen, zonder theologische scholing. Later zal Jezus zeggen dat juist dit soort mensen gevoel hebben voor het goddelijke in de wereld. Gelukkig is er voor de zoekers ook nog hoop: op 6 januari zullen we bij Matteüs horen dat er ook nog wijzen uit het oosten arriveren. Maar in Jeruzalem weet de koning van niets.

God is kennelijk niet zo gemakkelijk te vinden voor wie de weg van de macht gaat. Hij komt tot ons in een heel kwetsbare gestalte. Vanaf het begin is Hij aangewezen op hulp en liefde van anderen. Hij is geen krachtfiguur die onze problemen oplost, maar Hij nodigt ons uit voor elkaar ogen en oren, handen en voeten te zijn. In het gelaat van een medemens die onze hulp nodig heeft, ontmoeten wij de Mensenzoon. Voor wie dat kan zien, zingen de engelen in deze kerstnacht: Vrede aan de mensen die God liefheeft. Heden is u een redder geboren.

Als we op deze wijze God opnieuw in ons leven geboren laten worden, kan er (ook vandaag) iets waar worden van het visioen van Jesaja uit de eerste lezing: Het volk dat in het donker wandelt ziet een groot licht. Want wij mogen ons geliefde zonen en dochters van God weten, we zijn geroepen om kinderen van het licht te zijn.

Wanneer ervaren wij “God”? Als we liefde ervaren van een medemens. Maar liefde is een kwetsbaar goed. Om deze te ontvangen moeten we klein durven zijn als een kind, een kind dat nog open staat voor het mysterie.

We leven in een sterk geseculariseerde wereld waarin voor God nauwelijks meer plaats lijkt. Het loslaten van het oude geloof is door menigeen als een soort bevrijding ervaren. Maar wat is er voor in de plaats gekomen? Heeft het leven nieuwe zin gekregen? Of is het wat koud en platvloers geworden? Kriebelt er misschien nog wat, zo af en toe? Bijvoorbeeld in de kerstnacht? De nostalgie van het hart en de oude klanken van vroeger kunnen een mens opnieuw aan het denken zetten: wat verlang ik echt van het leven? Kan ik het leven nog iets teruggeven?

Voor vannacht is het genoeg om deze boodschap diep binnen te laten komen: God gelooft in u en in jou, Hij heeft je onvoorwaardelijk lief, wie je ook bent of hoe je ook bent! En dan komt de rest vanzelf. Want wie zich echt geliefd weet, gaat die liefde spontaan doorgeven. Christus wordt opnieuw geboren. Ik wens u een zalig kerstmis. 

PLK