29C Biddend in het leven staan, 19 oktober 2025
Exodus 17, 8-13; 2 Tim. 3,14 – 4,2; Lucas 18, 1-8
Bidden, doen we het nog weleens? Ja, hier in de kerk doen we het samen, dat is niet zo moeilijk. Maar voor onszelf, zien we ons als mensen die biddend in het leven staan? Is het niet vaak zo dat we liever vertrouwen op onszelf? We vragen liever niet anderen om hulp. We zijn graag onafhankelijk. En trouwens: helpt het eigenlijk wel, dat bidden? Hebt u wel eens gemerkt dat uw gebeden verhoord worden?
De kerk houdt ons in de liturgie van vandaag lezingen voor die ons op weg kunnen helpen bij het vinden van antwoorden op onze vragen. Allereerst dat wonderlijke verhaal van Mozes uit het boek Exodus dat ons overigens gemakkelijk op het verkeerde been kan zetten. Want moeten we wel bidden om een oorlog te winnen? Wat is het geval? Bij hun binnentrekken in het beloofde land worden de Israëlieten op laffe wijze in de rug aangevallen door Amalek. En daarbij worden de zwaksten getroffen. Wie is Amalek? Amalek symboliseert voor Israel alles wat vijandig is, de oervijand die het volk belemmert de weg te gaan die God voor zijn volk heeft uitgestippeld. Amalek is een metafoor geworden: hij steekt zijn kop op, overal waar men macht laat prevaleren boven recht, overal waar de zwaksten in de samenleving het slachtoffer worden. Amalek zit ook in onszelf. Wij zijn medeschuldig als wij bij onrecht en onderdrukking de andere kant opkijken.
Wat doet Mozes in zijn strijd tegen Amalek? Hij gaat ervan uit dat de strijd uiteindelijk niet zal worden beslecht op het slagveld, maar in het gebed. Niet op eigen kracht verslaat Israël Amalek, maar het is God die het volk de overwinning schenkt. Mozes strekt zijn weerloze, ongewapende handen ten hemel. En dat gebaar geeft zijn volk de overhand op het kwaad. Wanneer hij zijn vermoeide handen laat zakken, krijgt Amalek weer de overhand in de strijd. Dat kwaad valt niet te bestrijden met tegengeweld. Alleen opgeheven armen kunnen hier nog helpen. In dat volhardende gebed wordt Mozes ondersteund door twee helpers. Zo gaat het soms ook in ons eigen leven. Alleen in het gebed kunnen we ons zuiveren van de Amalek in ons. En het gebed van de gemeenschap kan ons daarbij ondersteunen (AdelbertAbdij).
In het evangelie hoorden we het verhaal over een rechter die zijn taak schromelijk verwaarloost. Hij is ook een soort Amalek. Hij stoort zich aan God noch gebod. Hij heeft geen oog voor de zwakken van deze wereld. Gerechtigheid lijkt in zijn woordenboek niet voor te komen. Als hij ten slotte toegeeft aan de weduwe die zijn deur blijft platlopen is het slechts om een klap in zijn gezicht te voorkomen. Het komt ons bekend voor. Hoe vaak zien wij niet in onze hedendaagse wereld hetzelfde gebeuren? De machtigen maken de dienst uit, en dat gaat ten koste van het lot van velen.
Hoe geloofwaardig vinden we dan het antwoord van Jezus: “God zal hen spoedig recht verschaffen”? Geloven we dat echt? Maar we moeten ook de laatste zin lezen: “Zal de Mensenzoon bij zijn komst het geloof op aarde vinden?” Misschien mogen we dit zo verstaan: zonder het geloof, zonder de handen en voeten van de mensen kan ook God weinig uitrichten. Om gerechtigheid bidden is mooi, maar vervolgens moeten wel de handen uit de mouwen om eraan te werken. Pas als we er zelf alles aan gedaan hebben, mogen we God vragen ons werk te voltooien. Dat is biddend in het leven staan. Wij zaaien, daarna mogen we het loslaten en erop vertrouwen dat God het laat groeien in de nacht.
Bidden is een levenshouding. Erop vertrouwen dat het niet alleen van ons hoeft te komen, maar dat God het voltooit, op zijn tijd en zijn wijze. “Zal de Mensenzoon bij zijn komst het geloof op aarde vinden, vraagt Jezus?” Anders gezegd: bidden wij wel om een wereld zoals Jezus die zich wenst, een wereld gekenmerkt door liefde en gerechtigheid, door barmhartigheid en vergeving? Verlangen wij echt naar die wereld? En leven we aanhoudend (biddend) van dat verlangen?
Bidden is een vorm van in liefde bij de ander zijn, gericht op zijn of haar welzijn. Bidden is vragen om de heilige Geest. Bidden is vragen dat Gods wil op aarde mag geschieden, dat zijn Rijk mag komen, en dat wij samen het brood in deze wereld mogen delen. Dat willen we ook vandaag weer samen vieren. En daarin houden we elkaars handen opgeheven naar de hemel. Amen
PLK